Wonderlijk ontwaak je elke morgend,
blakend van onschuld omarm je me zonder zorgen.
Een vroege vogel staart door ons raam naar binnen
en aanschouwd de kracht van het beminnen.
Hartstochtelijk ontwaak ik je met een vurige kus,
je lach triomfeerd,
je lust wordt geblust.
Mijn handen glijden over je naakte huid,
zacht en welwillend hoor ik een kreunend geluid.
In vervoering weet ik je te brengen,
je smeekt zachtjes je niet te jennen.
Ik geef toe aan dat vertwijfelde woord,
draai me om,
en slaap rustig voort.
s.