Wat hebben we gehad?
Liefde,
leed,
oprechtigheid die Antwerpse stad.
Als kroon van Vlaanderen,
leider in het dragen van vaandelen,
de bakermat van Vlaamse idealen.
Geen hart te groot,
geen kleur beknoopt,
maar o die stad,
die stad die onrecht veracht.
Met zen allen over de Meir,
ach ja Van Artevelde sprak van welleir.
De kinderkopkes geplaveid in het beeld,
de straten lagen nog nooit zo bespeeld.
We zien het elke dag,
het ontwaken van de stad met de nooit vergane glimlach.
Morgenstond brengt goud in de mond,
diamanten dragen onze naam de wereld rond.
O schone stad ,
gij burgervader van wat de kracht in Vlaanderen omvat.
Gij prins van de Kardinalen,
weet steeds de sluier te openen,
naar het woord van al onze Sinjoren,
met uit volle borst de klank van u van ons.
Het stad laat zich horen.
s.